Chaam

Chaam zou al in 422 een vergaderplaats geweest zijn van de Franken, maar dat is niet helemaal zeker. De naam Chaam is afgeleid van de Keltische stam “Cambo”. De beken in en rondom Chaam hebben door de eeuwen gezorgd voor een vruchtbare grond, zodat mensen daar graag gingen wonen. Ook in de geschiedenis van Chaam spelen abdijen, ridderorden en de heren van Breda een belangrijke rol. De rechten van de abdijen van Thorn en Tongerlo worden langzaam maar zeker beperkt tot het benoemingsrecht van pastoors en het tiendrecht. Vanaf het einde van de 12e eeuw zijn de heren van Breda en de orde van de Tempeliers er de baas. 

De heren van Breda verbonden in de 15e eeuw Alphen en Chaam bestuurlijk aan elkaar door voor beide dorpen een gezamenlijk schepencollege aan te stellen. Samen met Baarle-Nassau onderhielden Alphen en Chaam één schout, één secretaris en later ook één ontvanger. De eenheid Alphen en Chaam bleef bestaan, totdat de Franse machtshebbers in 1810 een complete reorganisatie doorvoerden en nieuwe gemeentegrenzen vaststelden. Chaam werd toen losgekoppeld van Alphen en ging als zelfstandige gemeente verder.