Alphen

In de geschiedenis van Alphen spelen abdijen, ridderorden en de heren van Breda een belangrijke rol. Er is veel over geschreven, maar ook aan archeologische vondsten heeft Alphen geen gebrek.

Alphen ligt op een dekzandrug, die zich uitstrekt van zuid naar noord, aan de oostzijde begrensd door het dal van de Leij (Donge) en aan de westzijde aflopend naar de lage gronden in het stroomgebied van de Mark. In zo'n tamelijk hooggelegen gebied kon je vroeger ook al prima wonen. Niet vreemd dus dat je er  sporen vindt uit de prehistorie, de Romeinse tijd en de Merovingische tijd. Door toedoen van Pastoor Binck zijn de vondsten nu nog steeds in Alphen te bezichtigen in het Streekmuseum. Hier vind je ook informatie over de grafheuvel bij Kwaalburg en het pestkerkhof aan de Boslust.

Alphen (Alfheim) wordt voor het eerst dat we weten genoemd in een oorkonde van 21 mei 709. Daarin staat dat de Frankische edelman Engelbert elf hoeven met personeel en alle toebehoren in “groot-Alphen” schonk aan St. Willibrord. Deze in Tilburg opgemaakte oorkonde werd later weer overgeschreven in het Gulden Boek van de Abdij van Echternach.